<p>Het vrolijke huisgezin van Jan Steen, zelf is hij links te zien met de doedelzak.&nbsp;</p>

Het vrolijke huisgezin van Jan Steen, zelf is hij links te zien met de doedelzak. 

(Foto: )

Jan Steen bracht 'leven in de brouwerij'

De meeste mensen kennen Jan Steen (geb.1626) als de Leidse kunstschilder aan wiens reputatie het huishouden van Jan Steen ontleend is. Drukke, ietwat rommelige, maar steeds vrolijke tafereeltjes die het dagelijkse leven weergeven. Slechts weinigen weten dat Steen ook een tijdje in Delft gewoond heeft.

Door: Jeroen Stolk

Delft - Van 1654 tot 1656 exploiteerde Steen zijn herberg annex bierbrouwerij ‘De Roscam' aan de oostzijde van de Oude Delft (heden huisnummer 74). Geen opmerkelijke keuze want meer schilders runden een herberg, en een bierbrouwerij was verweven met de graanhandel waarin Steens vader actief was. Die contacten in de graanhandel komen ook tot uiting in het schilderij ‘Burgemeester van Delft' waarop geen burgemeester staat afgebeeld, maar graanhandelaar Adolf Croeser met zijn dochter. Wellicht was Croeser de graanleverancier voor Steens brouwerij. Croeser had immers ook banden met Leiden en zal de familie Steen aldaar zeker gekend hebben. Jan Steen bleek minder getalenteerd als uitbater van zijn nering dan als kunstschilder. Mogelijk had dat ook te maken met het slechte moment waarop hij zich in Delft vestigde. Immers, dat jaar werd Delft getroffen door ‘de Delftse donderslag' de ontploffing van het kruithuis die een groot deel van de stad verwoestte. Volgens een legende zou de echtgenote van Jan geklaagd hebben dat hij zich te weinig met de brouwerij bemoeide. Haar man zou daarop wat eenden hebben aangeschaft en liet deze vervolgens los in de brouwerij waar ze in paniek in het rond vlogen. Steen zou daarop tegen zijn vrouw gezegd hebben: "Zo, nu hebben we leven in de brouwerij”. Een nieuw spreekwoord was daarmee geboren. De werken van Steen stonden vol met symboliek. Achter bijna elk item ging wel een dubbele betekenis schuil. Met name zijn schilderij ‘Soo d'oude songen, soo pijpen de jonge’ wordt hierbij vaak als voorbeeld gebruikt. Bij het grote publiek is dit werk beter bekend als ‘Het huishouden van Jan Steen’ of ‘het vrolijke huisgezin’. Voorts staat Steen erom bekend dat hij soms zichzelf in een portret opnam. Bij ‘Soo d’oude songen, soo pijpen de jonge’ is dat links, staand bij het raam. De titel van dit werk is veelzeggend want overduidelijk geven de volwassenen hier het verkeerde voorbeeld voor de jeugd. Voor Jan Steen, die in zijn herberg zelf de beste klant was, viel het doek met het faillissement van zijn zaak. Hij werkte nog in Warmond en Haarlem maar keerde uiteindelijk terug naar zijn geboorteplaats. Hij overleed daar in 1679.

Meer berichten