De Coendersbuurt is één van de buurten waar vooral dure woningen zijn gebouwd. Dat past in het beleid van de gemeente Delft om het verdienmodel van de stad te versterken.
De Coendersbuurt is één van de buurten waar vooral dure woningen zijn gebouwd. Dat past in het beleid van de gemeente Delft om het verdienmodel van de stad te versterken. (Foto: Marcel de Jong)

Meer middeldure en dure woningen

Tot 2026 worden er in Delft 1.040 woningen per jaar gebouwd. Dat blijkt uit de woonmonitor 2021. Het gaat vooral om middeldure en dure huur- en koopwoningen. Het percentage sociale huurwoningen daalt van 39% naar 34%. Volgens het stadsbestuur leidt dit tot een evenwichtige woningmarkt.  

Door Marcel de Jong

Delft - In de woonvisie van de stad is vastgelegd dat Delft tot 2040 15.000 woningen wil bouwen. In de nieuwste woonmonitor blijkt dat de gemeente goed op weg is deze doelstelling te bereiken. Sterker nog, er zijn zelfs 18.800 woningen gepland. Sinds 2017 zijn er 2.800 woningen gerealiseerd. Dat betekent gemiddeld 565 woningen per jaar. De komende jaren gaat dit tempo fors omhoog. Met name in 2023 komen er veel nieuwe woningen gereed. Vooral in de wijken Schieweg, Buitenhof, Voorhof, Wippolder en de Binnenstad is de komende jaren veel woningbouw gepland. Koploper is de Schieweg. Daar worden tot 2040 maar liefst 7.781 nieuwe woningen gebouwd.

Duurdere woningen

De woonmonitor laat zien dat 43% van de nieuwe woningen bestaat uit dure en middeldure koopwoningen. Dat sluit aan bij de plannen van de woonvisie, die de gemeente in 2017 heeft opgesteld, en de daaraan gekoppelde woonagenda.

Verder blijkt dat een kwart van de nieuwbouw bestaat uit middeldure huurwoningen, huizen met een huur van € 750 tot € 1000 euro. Verder gaat het bij 17% van de geplande nieuwe woningen om huizen met een huur boven de € 1.000. Dure huurwoningen, volgens de officiële definities.

Verdienmodel versterken

Volgens het gemeentebestuur is het belangrijk dat er meer dure en middeldure huur- en koopwoningen worden gebouwd. Op dit moment bestaat 39% van de woningen in Delft uit sociale huurhuizen. Ruim boven het landelijk gemiddelde van 30%. Een onevenwichtige situatie, volgens het gemeentebestuur. ‘Mensen in een sociale woning maken meer gebruik van de gemeentelijke schuldsanering, jeugdhulpverlening en WMO-voorzieningen’, staat in de tweede woningmarktbieding van Delft aan het regionaal woningmarktoverleg. Door meer duur en middelduur te bouwen, wil het College van Burgemeester en Wethouders de stad leefbaarder en financieel sterker maken - het verdienmodel van de stad vergroten, zoals het bestuur dat noemt.

Uit de woonmonitor blijkt dat er tot 2040 2.200 sociale huurwoningen bijkomen. Dat is 17% van het totaal aantal nieuwe woningen. Deze groei is echter lager dan de toename van het aantal nieuwe dure en middeldure woningen. Dit leidt er uiteindelijk toe dat het totale percentage sociale woningen teruggebracht wordt tot 34%.

Miranda Voogt, raadslid voor de VVD, vindt het ‘knap’ dat wethouder Karin Schrederhof erin slaagt de woonvisie te realiseren. “De woonmarkt in Delft komt daardoor veel beter in balans. Ook zorgen we er zo voor dat de stad financieel gezonder wordt. Door het toevoegen van middeldure en dure woningen vermindert het percentage sociale huurwoningen en besparen we op uitgaven van sociale voorzieningen. Bewoners van sociale huurwoningen vragen namelijk vaker om hulp, begeleiding en ondersteuning van de gemeente. Dat betekent hoge kosten. Het geld daarvoor hebben we niet. Voortdurend moeten we beknibbelen op voorzieningen, en opnieuw beknibbelen. Dat voelt niet goed. Inwoners die ondersteuning nodig hebben, verdienen goede voorzieningen. Dat bereiken we door meer middeldure en dure woningen te bouwen. Door kapitaalkrachtige bewoners te trekken, krijgen we meer belastingen binnen, geld waarmee we deze ondersteuning kunnen realiseren.”

‘Bevolkingspolitiek’

Lieke van Rossum, fractievoorzitter van de SP, vindt de opvattingen van het gemeentebestuur en de VVD ‘uiterst pijnlijk’ voor de mensen met minder inkomen. ‘Er is sprake van een bevolkingspolitiek. Mensen met minder geld zijn gewoon niet meer welkom in de stad. Het gaat dan echt niet alleen om mensen met een uitkering. Maar ook om mensen met een modaal inkomen, die hard werken en de basis vormen van onze samenleving. De politieman dus, de leraar, thuiszorgmedewerker, werknemer van een supermarkt. Voor hen is in Delft geen plek meer. Zij moeten maar ergens anders een woning zoeken.’

Lees volgende week meer over de woonmonitor. En volg op 8 en 15 september de uitgebreide woningmarktreportages in de Delftse Post en bij Omroep Delft.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden