I n 1954 werd het Delftsch Advertentieblad de Delftse Post.
I n 1954 werd het Delftsch Advertentieblad de Delftse Post. (Foto: )

Terugblik van een oud-medewerker

Het doek valt voor de Delftse Post, dat was begin deze maand te lezen. Het was al jaren te merken dat het allemaal terugliep. Weinig advertenties, en toen ook de gemeentelijke pagina’s verdwenen (schande) kon je het op een gegeven moment verwachten. Het krantje werd opgevuld met allerlei foto’s. Leuk natuurlijk, maar dat levert niets op.

Door Frans Wenneker

Delft - Ik wil de lezers toch laten weten hoe de Delftse Post, vanaf het jaar 1956 toen ik er kwam werken, toch een florerend krantenbedrijf geworden is. Een globaal overzicht van toen naar nu: toen ik in september van dat jaar begon heette het Drukkerij Van der Drift aan de Koornmarkt 34. Huis-aan-huis bladen en handelsdrukwerk werden in die tijd gemaakt. Delftse Post, Groot Vlaardingen/Maaskoerier en Het Nieuwe Stadsblad (Schiedam) stonden op het programma. Eens in de week kwam Van Gelder Papier met zijn lading. Vereende krachten werden opgetrommeld om de wagen snel te lossen. De Koornmarkt stond helemaal vast. De zware rollen waren ook zo onhandelbaar!

Henk van der Drift, een latere opvolger van de oprichter, was het hoofd van het bedrijf, bijgestaan door bedrijfsleider Nadorp. Kees van Es was de chef en mijn leermeester op de zetterij, Martin van Scheijndel, Peter Lupker, Jos van Koppen die altijd marsmuziek stond te fluiten en later een veelgevraagd pianist is geworden. Verder een drietal machinezetters. In de drukkerij waren werkzaam Jan Haagen, Bertus Nooijen, Harry Zeeman, Herman Schilperoort, chef de heer Zwaard, en tot slot boekbinder Jacob de Groot. Al het drukwerk werd in die tijd in lood uitgevoerd. Kun je niet meer voorstellen. Ook werd al gauw een calculator/inkoper aangesteld: Dijkstra. Die kwam elke dag uit Amsterdam. Zijn Mokums accent hadden we bij hem binnen enkele weken eruit .Tegen de jaren zestig kwamen er twee kranten bij: Groot Rijswijk en de Westland Post.

Toen ik uit militaire dienst kwam werd ik ingezet als machinezetter in opleiding. Samen met chef Gerard Mudde, Leen van Buitene, Piet Volkuil, Jan Baal en Pierre Corveleyn hadden we een leuke samenwerking. Vertegenwoordigers van de Delftse Post, waaronder Frans Lausberg, liepen stad en omstreken af om de advertentie op te halen bij de winkeliers e.d. Bij de slager of kruidenier kregen ze de tekst op een vetvrij papiertje mee en daar moest dan een degelijk product uit worden getoverd. Er kwam een heuse redacteur: Piet Hoving met assistent Aad Zandstra en een fotograaf: zoon van de directeur Aad v.d. Drift.
Een tweede directielid werd aangesteld: de heer Bakker, die veel nieuwe ideeën voor het bedrijf had. Mede door hem werd tegen het eind van de jaren 60 een heuse reorganisatie ingezet. We gingen van het lood naar offset. Alle drukpersen van de handelsdrukkerij en de zetmachines gingen de deur uit. Een nieuw tijdperk brak aan. De baas zelf ging met enkele medewerkers een cursus volgen voor het nieuwe systeem. Ikzelf werd een midweek naar de IBM in Amsterdam gestuurd om tekstverwerking met behulp van de composer te leren. Deze werd gevoed door een magnetische band, die op zijn beurt werd bewerkstelligd door middel van een ponsband. Het computertijdperk is in werking gesteld! De administratie werd ook uitgebreid door twee panden aan te kopen naast nummer 34 aan de Koornmarkt. Eén van de panden kreeg nieuwe rode dakpannen. Toevallig kwam ik een paar weken geleden Piet tegen bij AH, destijds vertegenwoordiger van Groot Rijswijk. Die vertelde dat in die tijd sprake was om de Delftse Post drie keer per week uit te geven!
Het bedrijf groeide uit z’n jassie. Wat nu te doen: gaan we een nieuw pand opzetten buiten Delft? Wat er toen allemaal afgespeeld heeft, weet ik natuurlijk niet, maar het bericht kwam dat we gingen verhuizen naar Rijswijk. Er was gekozen voor het samengaan met Sijtthof Pers (Haagse Courant). Er kwam een nieuwe grote offsetpers in een aparte hal, naast die van de HC. Voor ons betekende het om een heel nieuw computersysteem te leren. Zo’n groot bedrijf met 1650 werknemers. De gezelligheid, die we in Delft hadden, werd in één keer teniet gedaan. Al gauw kwamen er beeldschermen voor de redacteuren die zelf hun verhalen konden tikken. De automatisering stelde veel eisen aan het personeelsbestand. Enkele ontslagrondes volgden en de spanningen liepen op. Ikzelf kwam terecht op het archief. Samen met Eef Prins heb ik daar tot de VUT in 2001 met veel plezier gewerkt.
Het doek gaat nu vallen. Het zij zo. Het gaat u allen goed.

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden








Nieuwsoverzicht

Meer berichten