Logo delftsepost.nl


Foto: Marcel de Jong

Terug naar het verleden

Door Marcel de Jong

Als ik in het centrum van Delft wandel, waan ik mij in het verleden. Waar ik me ook bevind, overal glijden de gouden eeuwen van de stad met me mee. Ik voel de wereld van 1679 in Molen de Roos, de enig overgebleven korenmolen in Delft, waar nog steeds koren tot meel gemalen wordt, precies op dezelfde wijze als in de zeventiende eeuw. Ik reis verder terug in de tijd, naar stadsherberg De Mol, die in de vijftiende eeuw dienst deed als Heilige Geesthuis en waar daklozen en vondelingen werden ondergebracht. Naar de schemerige stijlkamers van het voormalig woonhuis van kunstschilder Paul Tétar van Elven aan de Koornmarkt en de betoverende Maria van Jessekerk waarmee architect Evert Margry, zijn leermeester Cuypers hoopte te overtreffen. Het Hofje van Pauw, in 1707 gesticht om arme alleenstaande vrouwen een veilige thuisbasis te geven, het meisjeshuis en het Prinsenkwartier: aan elke gracht, in iedere straat, op elk plein kijkt het verleden over je schouders met je mee.

Op Monumentendag kreeg ik zelfs de gelegenheid om Delft vanaf de oude pakschuit 'Nooit gedacht' te aanschouwen. Op het ritme van een lieflijk pruttelende petroleummotor voer ik samen met wat stadsgenoten, twee Amerikanen en de bemanning vanaf de Hooikade de stad uit. We navigeerden terug in de tijd, het steven gericht op de melancholie die Delft omfloerst. De Amerikanen vroegen me hoe vaak Monumentendag georganiseerd werd. Elk jaar, antwoordde ik, maar ik had moeten zeggen: iedere dag. Achter mij uit helde de Oude Jan plechtig voorover, alsof hij knikte dat ik gelijk had. Delft was een leuke kleine stad, vonden de Amerikanen. Ik corrigeerde hen. Ooit was Delft de grootste stad van Holland. Den Haag was een gehucht – niet eens met stadsrechten. Rotterdam was het stadium van een dorp evenmin ontgroeid. Met Delfshaven als eigen haven aan de Maas en de volledige jurisdictie over de Schie en de waterwegen naar Leiden en Den Haag was Delft een machtig bolwerk. In de loop der eeuwen hebben Den Haag en Rotterdam Delft inmiddels overvleugeld. De schoonheid van de stad blijft echter standvastig overeind. Delft is het levende verleden, met ook nog eens de blik op de toekomst gericht. Daar zorgt onze technische universiteit wel voor.

reageer als eerste
Meer berichten