Logo delftsepost.nl


Een foto uit 1920 van het Delftse bootje.
Een foto uit 1920 van het Delftse bootje.
terug in de tijd

Terug naar het vroegere Delft in 1920

Veel mensen vragen zich af hoe klein Delft vroeger was, voor ons ouderen is het de stad met zijn buitenwijken als de Wippolder, Westerkwartier, Brasserskade en Voordijkhoornsepolder.

Delft - Hof van Delft en Vrijenban waren zelfstandige wijken die tegen Delft aan leunden en in de jaren 1920 (tot ongenoegen van de bewoners) bij Delft gevoegd werden. Bij onze wandeling in de Wippolder lopen we over de Nassaulaan, Poortlandlaan, Simonstraat en Delfgauwseweg met enige zijstraten. De oudste wijk is het Westerkwartier, vanaf Het Laantje met al zijn sportvelden naar de Buitenwatersloot, de Raamstaat en de Pootstraat. Het was een echte volksbuurt. Dan de 'Bras' een lange straat met zijstraten als de Javastraat en Bankastraat met aan de overzijde de Indische buurt. Het oosten vanaf het Oosteinde langs de Oostpoort, over het water naar de Oostsingel met zijn doodlopende straten, na de oorlog het Groene Kruis sanatorium. Het zuiden vanaf Hooikade, Zuideinde, Crommelinlaan met over het water de Scheepmakerij. Het noorden vanaf het noordeinde via het Oude Delft de binnenstad in met al zijn bezienswaardigheden, de kerken, Stadhuis, Prinsenhof, Beestenmarkt en de mooie grachten.

Demp de grachten

Het vervoer was nogal veelzijdig. Vanaf de Zuidwal vertrok het Delftsche Bootje naar Rotterdam - mijn Opa Schepen is jarenlang de kapitein geweest. Op het terras van Bellevue werd de dorst gelest voordat de boot vertrok. Bij slecht weer ging menigeen teut aan boord: dat was goed tegen de kou. Het bootje heeft gevaren van 1864 tot 1926. De tram van Delft naar Den Haag was eerst een Paardentram, daarna de Stoomtram en in 1924 de Elektrische tram. Vanaf 1888 reed de tram over het Noordeinde en Oude Delft, daarna werd de tram verlegd naar de Westvest/Phoenixstraat. Er zijn vooraf hevige strubbelingen geweest in de gemeenteraad over het wel of niet dempen van het Oude Delft. De voorstanders wilden in de gracht de tram laten rijden. Wijze mannen hebben dit tegen kunnen houden, gelukkig maar! De trein was het andere vervoer. In 1847 stopte de eerste trein in onze stad. Er waren, nog niet veel, zes treinen per dag. Het liep niet storm: de mensen waren huiverig voor het ijzeren monster. Zij gingen nog liever met de bode mee.

Volgende week deel twee.

reageer als eerste
Meer berichten

Shopbox