Logo delftsepost.nl


Steeds kleinere deeltjes worden met de microscoop zichtbaar.
Steeds kleinere deeltjes worden met de microscoop zichtbaar. (Foto: )

Delftse onderzoekers kunnen objecten tot drie nanometer zien

Antoni van Leeuwenhoek begon ermee, maar andere Delftse onderzoekers maakten het steeds beter: de microscopie. Zelfs deeltjes van slechts 3 nanometer kunnen nu waargenomen worden met behulp van de techniek superresolutie-fluorescentiemicroscopie.

Delft - Met een slimme aanpassing aan de superresolutie-techniek hebben onderzoekers van de TU Delft de grenzen van wat mogelijk is nog verder opgerekt. Waar eerder objecten van maximaal 10 tot 20 nanometer in beeld konden worden gebracht, maakt hun methode het mogelijk om scherp stellen op structuren van maar liefst 3 nanometer. De zelfgemaakte microscopen van Antoni van Leeuwenhoek hadden een resolutie van minder dan een micrometer, waardoor hij onder meer bacteriën en spermacellen kon waarnemen. Hij kwam daarmee al in de zeventiende eeuw in de buurt van de zogeheten 'diffractielimiet', een theoretische grens waarop twee naast elkaar gelegen punten nog te zien zijn met behulp van een lichtmicroscoop. De diffractielimiet wordt mede bepaald door de golflengte van het licht. Met een conventionele lichtmicroscoop zou je volgens de theorie maximaal iets in beeld kunt brengen dat half zo groot is als de golflengte van het gebruikte licht. Alles wat kleiner is, kun je volgens de theorie niet scherp krijgen. De diffractielimiet leek lange tijd een harde grens te zijn, bepaald door de natuurwetten. Maar door slimme trucs toe te passen lukte het natuurkundigen toch om onder de theoretische limiet te duiken. In 2014, werd de Nobelprijs voor Scheikunde uitgereikt aan de drie onderzoekers die de 'superresolutie-fluorescentiemicroscopie' uitvonden. Bij die techniek worden bepaalde eiwitten of moleculen met behulp van genetische modificatie fluorescerend gemaakt. Het zwakke lichtsignaal dat ze uitzenden kan vervolgens worden opgevangen met behulp van een lichtmicroscoop. 'Het probleem met het fluorescent maken van eiwitten is dat het in de praktijk niet lukt om álle eiwitten van een bepaalde soort te labelen, maar maximaal 30 tot 50 procent', vertelt onderzoeker Bernd Rieger. 'Als je vervolgens gaat meten, zie je een aantal losse, lichtgevende punten, maar niet de volledige structuur die je in beeld probeert te krijgen.' Om dit probleem op te lossen hebben de onderzoekers een aanpassing bedacht op de superresolutie-microscopie. Volgens de onderzoekers moet het met hun techniek ook mogelijk zijn om structuren ter grootte van 1 nanometer in beeld te brengen. De bevindingen zijn gepubliceerd in het tijdschrift Nature Methods.

reageer als eerste
Meer berichten

Shopbox