Een doek van Fabritius: Geen hond heeft in de gaten dat iemand stiekem de stad probeert binnen te komen.
Een doek van Fabritius: Geen hond heeft in de gaten dat iemand stiekem de stad probeert binnen te komen. (Foto: )

Verloren Delftse talenten

Door: Jeroen Stolk

Kunstenaars in Delft

Delft, een schilderachtige stad die veel schilders van naam heeft voortgebracht. Schilders van stadsgezichten, portretten en noem maar op. Honderden kunstschilders woonden of werkten voor langere of kortere tijd in Delft

Delft - Jan Steen heeft er gewoond, Paulus Potter schilderde er zijn stier. Johannes Vermeer en Michiel Janszoon van Mierevelt werden er geboren. Van de vele zeer getalenteerde schilders wisten slechts enkelen de eeuwige roem te vergaren. Velen bleven onbekend doordat zij plotseling uit het leven werden weggerukt of domweg werden vergeten. Ook de, in Middenbeemster geboren, kunstschilder Carel Fabritius werd plotseling met de dood geconfronteerd toen het nabij zijn woning gelegen kruitmagazijn ontplofte en daarmee een groot deel van Delft verwoestte. Hij huwde in 1650 en vestigde zich in Delft tot het noodlot in 1654 toesloeg en de Delftse Donderslag een einde aan zijn leven maakte. Sommige kunstschilders kregen niet eens de kans om het tot meester te schoppen zoals een leerling van Fabritius die naar de naam Mathijs Spoors luisterde. De jongen was pas een jaar of zeventien oud toen hij, samen met zijn leermeester, de dood vond bij de ramp. Het ouderlijk huis van de jongen stond aan de Oude Delft, hetgeen inhoudt dat wanneer hij die dag thuisgebleven was zijn leven gespaard zou zijn. Delft werd vele malen door een pestepidemie geteisterd, zo ook in de jaren 1624, 1625 en 1627. Deze vreselijke ziekte sloeg keihard toe in de Prinsenstad. Juist in het tussenliggende jaar (1626) overleden zowel Maertgen Jacobs als haar man, de soldaat, Jacob Crinck. De vier kinderen van het gezin Crinck werden in één klap wees. Het weeshuis der gereformeerden ontfermde zich over de kinderen. Nadat het tehuis hen had opgenomen werd er een leer- en werkplek voor de kinderen gezocht. Al snel vond men zo'n plek voor de twaalfjarige Jan Jacobsz. Crinck. Hij ging als leerjongen aan de slag bij een uurwerkmaker die woonde aan de westzijde van de Oude Delft. Echter deze leermeester overleed reeds in 1630. Onduidelijk is of Jan Crinck tijdens deze opleiding zijn vaste hand van werken verkregen heeft, dan wel dat hij die van nature meegekregen had. Wat het ook is geweest; in het weeshuis bleven zijn artistieke talenten niet onopgemerkt. De regenten van het huis besloten Jan in de leer te doen bij een gerenommeerd kunstschilder. De keuze viel op de Haagse kunstschilder Hans Bogaert. Hij was een olieverfschilder die onderwerpen als boerentaferelen, marines en genrevoorstellingen op het canvas vereeuwigde. Deze opleiding van Jan 'om thantwerck van schilderen te leeren', zou vijf jaar duren en aanvangen op 27 maart 1632. Helaas zou Jan Jacobsz. Crinck nimmer de meesterschilder worden die hij had kunnen zijn; Hij overleed op 20 oktober 1635, een jaar waarin wederom de pest in Delft huishield. Jans jongere broer Mels had eveneens schilderstalenten. Hij was aan de slag gegaan als leerling plateelbakker en plateelschilder. Tekst afkomstig uit: 'Delft anders bekeken'.

Meer berichten