Foto:
terug in de tijd

Stoomloc Ooievaar uit 1904 keert terug op de rails

Terug in de Tijd met Henk van der Beek

Het komt zelden voor dat een museum een stuk kan bemachtigen dat de kwaliteit van een Rembrandt heeft. Het overkwam het Museum Stroomtram in Hoorn-Medemblik, dat de stoomloc HTM 8 Ooievaar aankocht. De Loc reed tussen 1904 en 1924 op de lijn Den Haag-Delft en wordt nu in ere hersteld.

Delft - Het is eigenlijk een wonder dat tramloc De Ooievaar er nog is en niet op de schroothoop terecht is gekomen. Op de kop af 115 jaar geleden werd deze stoomtramlocomotief samen met het identieke exemplaar ,,Eend" aangeschaft door de HTM voor de tramlijn Den Haag-Delft. Via een bijzondere omweg belandde de Ooievaar in het Museum, daar besloot men de loc rijklaar te maken en volledig te restaureren naar het oorspronkelijke uiterlijk. Het heeft een tijdje geduurd, maar de medewerkers leggen inmiddels de laatste hand aan de restauratie. De ooievaar is echter nog niet klaar om op het Evenement Stoomtram 125, van 1 tot en met 4 juli, in Hoorn, weer op de rails te rijden. De HTM locs 7 en 8 respectievelijk Eend en Ooievaar, werden in 1904 gebouwd voor 10.350 gulden per stuk. Het ging om locomotieven, die werden vervaardigd door de firma Backer en Rueb in Breda. De nieuwe HTM locs vervingen de kleine Henschels tramlocs. De Henschels konden de steeds langere trams tussen Den Haag en Delft niet meer bolwerken. Na de aankoop van de Eend en de Ooievaar schafte de HTM nog vier zusterlocs aan bij Backer en Rueb. Deze fabriek was de belangrijkste Nederlandse producent van vierkante stoomtramlocomotieven die met hun eigen kenmerkende bouwstijl landelijk bekend werden als Backertjes. De aan de HTM geleverde locomotieven werden zo smal mogelijk gebouwd, omdat de trams vlak langs de bomen van het Oude Delft moesten rijden en ruimte over moesten laten voor ander wegverkeer. Voor de locomotieven betekende dit wel een technische aanpassing: de waterbakken lagen, niet zoals gebruikelijk, naast de wielen maar bij de rookkast. Ook de raamindeling aan de voor en achterzijde van de locs was anders. De gebruikelijke smalle hoge ramen, door kenners geassocieerd met huilende ogen ontbraken. Volgende week deel twee.

Meer berichten