Foto:
Sporter van de week

Hoogste berg van Afrika beklommen

Sporters van de Week

Door: Annemarie de Vries

De dag dat ze de top van de Kilimanjaro bereikten, de hoogste berg van Afrika, zal dit groepje sportievelingen uit Delft en Delfgauw niet snel vergeten. Het was vroeg in de ochtend van 22 januari van dit jaar dat ze hier aankwamen.

Delft/Delfgauw - Het begon allemaal met de vrienden Laurens Biesma en Han Lim. Samen waren ze dit jaar 100 jaar oud en ze hadden zich al geruime tijd voorgenomen om dan iets bijzonders te doen. Dat werd dus het beklimmen van de Kilimanjaro. Han: "We vonden het leuker om met een hele groep te doen, dus we vroegen rond, wie er mee wilde." Zo ontstond er een groep enthousiastelingen. Hiervan begonnen er uiteindelijk acht aan de klim waarvan er zes de top op 5895 meter bereikten. Een gemêleerd gezelschap, variërend in leeftijd van 24 tot 69 jaar.

Groot gezelschap

Naast Han en Laurens bereikten Bram van Huizen, vader Fred en zoon Anton van der Gaag en Caroline van Driel de top. Caroline: "We begonnen met drie vrouwen en vijf mannen. Maar één van de dames, Marianne, werd de tweede dag ziek en Jitske is met haar en een gids naar beneden gegaan. Opeens was ik dus nog de enige vrouw. We hadden graag de top met elkaar willen bereiken, maar we wisten dat ze in goeie handen was en, dus gingen we met zes verder. "

Tijdens hun tocht werden ze vergezeld door 40 gidsen en dragers. Anton: "Er moesten veel spullen mee. Eten en drinken voor acht dagen, tenten, stoelen en nog veel meer. Zowel voor ons als voor hunzelf dus zo komt het dat ze met zoveel zijn. Je weet trouwens niet wat je ziet, hoe makkelijk ze naar boven lopen. Ze zijn eraan gewend. Eén van de gidsen was 36 jaar en had al bijna 1000 keer de top bereikt."

Risico's op grote hoogte

Fred is met zijn 69 jaar de oudste van het gezelschap: "Daar was ik me wel van bewust. Ik dacht van tevoren 'als ze maar niet de hele tijd op mij moeten wachten', dus ik heb wat extra getraind. Gelukkig ging het goed, ik zou best nog een keer willen". Fred was uiteindelijk zelfs de enige die het zonder medicijnen voor hoogteziekte deed. Laurens is apotheker en had zich verdiept in de medicatie tegen hoogteziekte. "We hebben die medicijnen preventief genomen in een hele lichte concentratie," legt hij uit en lacht vervolgens: "maar dat was de enige doping hoor."

Voor huisarts Han was de tocht toch net wat spannender: "Ik maakte me denk ik wel iets meer zorgen dan de rest," zegt hij eerlijk: "Je bent je als arts toch meer bewust van de risico's en zeker toen Marianne ziek werd, maakte ik me wel zorgen. Gelukkig nam ze zelf de beslissing om terug te gaan, anders had ik toch wel ernstig aangedrongen." Gelukkig heeft de rest geen last gehad. "Je merkt dat je heel moe wordt en steeds langzamer gaat lopen, als je op grotere hoogte komt. Als je een filmpje terugkijkt lijkt het wel slowmotion," legt Bram uit. De route is daarom zo dat je kamp steeds 200 meter lager ligt dan het hoogste dat je die dag bereikt hebt.

De top

De laatste klim naar de top (in de nacht van de 6e op de 7e dag) werd midden in de nacht gelopen. "Je wordt om elf uur in de avond gewekt" legt Anton uit en om twaalf uur begin je. Rond zeven uur ben je dan boven. Dan is het daar het mooist vanwege de zonsopkomst. En als je dan boven komt, dat is grandioos. Alles van de afgelopen dagen gaat door je heen. Echt een enorme ontlading." "Ja het was echt janken hoor", lacht Bram.

Meer berichten