Maria en Dominic Boachi namen de eretekens in ontvangst van de burgemeester. Op de achtergrond een foto van hun vader. (foto: Fred Nijs).
Maria en Dominic Boachi namen de eretekens in ontvangst van de burgemeester. Op de achtergrond een foto van hun vader. (foto: Fred Nijs). (Foto: Fred Nijs)

Postume eremedailles uitgereikt

Door: Annemarie de Vries

Voor kleinzoon Afrikaanse prins

Het zal je maar gebeuren. Opeens blijk je de achterkleinkinderen van een Afrikaanse prins te zijn. En dat niet alleen, je vader blijkt ook nog eens een held te zijn. Dus reis je af vanuit Los Angeles naar het verre Delft om twee eremedailles voor je vader in ontvangst te nemen.

Delft - Het klinkt bijna als filmscript, maar het overkwam Maria en Dominic Boachi toch echt. Woensdag 27 maart overhandigde burgemeester Marja van Bijsterveldt hen twee militaire onderscheidingen voor hun in 1989 overleden vader Aquasi Pieter Boachi; het mobilisatie oorlogskruis en het ereteken voor orde en vrede.

Hun bijzondere familiegeschiedenis begint in 1837, als de Ashanti-koning in Ghana zijn zoon Aquasi Boachi en zijn neefje Quamina Poco naar Nederland stuurt voor een goede opleiding. Dit was onderdeel van een grotere deal, namelijk dat de Ashanti-koning 3000 militairen zou aanleveren voor het leger in Nederlands-Indië. Het verhaal van Aquasi is opgetekend door schrijver Arthur Japin in zijn boek 'De zwarte met het witte hart'. Japin, die een passage voor las uit zijn boek, liet weten: "Ik ben echt ontroerd hierdoor, wat een mooie afronding". Aquasi ging na zijn opleiding in de mijnbouw aan de voorloper van de TU Delft naar Nederlands-Indië, waar hij slecht aan de bak kwam vanwege zijn donkere huidskleur. Koning Willem II persoonlijk zorgde daarom dat hij een toelage kreeg waar hij van kon leven. Net als de andere 3000 Afrikanen had Aquasi een Nederlands paspoort en trouwde een Indonesische vrouw.

Kleinzoon Pieter werd opgeroepen om in dienst te komen toen de Japanners de oorlog hadden verklaard. Net als vele Nederlanders werd hij als krijgsgevangene te werk gesteld aan de Birma spoorlijn, wat hij gelukkig overleefde. Toen hij dan eindelijk terug kwam in Nederlands-Indië moest hij echter gelijk weer aan de bak bij de KNIL in verband met de onafhankelijkheidsstrijd van de Indonesiërs. Na de onafhankelijkheid kwam hij naar Nederland, waar ook hij niet aan de bak kwam vanwege zijn huidskleur. Via Libië kwam hij uiteindelijk in de VS terecht.

Maria en Dominic vertellen dat ze heel weinig wisten. Maria: "Mijn vader vertelde altijd heel weinig over de tijd in Nederlands-Indië. Dat we van koninklijke bloede waren werd vroeger wel eens gezegd, maar eerlijk gezegd dachten we dat het een grapje was." Pas door het onderzoek van Molemans kwamen ze er achter hoe het precies zat.

Belanda hitam

Belanda hitam (zwarte Hollanders) werden de uit Afrika afkomstige Nederlanders in Nederlands-Indië genoemd. Doordat ze eigenlijk op gingen in de Nederlands-Indische gemeenschap weten veel Indische Nederlanders heden ten dage niet eens meer dat ze deels van Afrikaanse komaf zijn. Onderzoekster Griselda Molemans dook in deze geschiedenis en was ook de aanstichtster van de aanvraag van de medailles voor kleinzoon Pieter Boachi. Zij schreef het boek "De vergeten krijgers" over dit onbekende stukje geschiedenis.

Tentoonstelling

In de hal van het stadhuis is een mini-tentoonstelling ingericht over de Afrikaanse prins, met onder andere de bladzijde uit het kerkregister van de oude kerk van zijn doop en zijn inschrijving bij sociëteit Phoenix (voorloper van het Delftse Studenten Corps).

Meer berichten