Portret van een Delftse familie (Gemäldegalerie der Akademie der bildende Künste Wenen)
Portret van een Delftse familie (Gemäldegalerie der Akademie der bildende Künste Wenen) (Foto: )

De Delfste schilder Pieter de Hoogh

Door: Jeroen Stolk

Wie staan er op het schilderij?

Het zal u niet ontgaan zijn, dit najaar staat in het teken van de kunstschilder Pieter de Hoogh. Na Johannes Vermeer wordt de Hoogh wel gezien als de grootste schilder die ooit in Delft gewoond en gewerkt heeft. Maar wie was die Pieter de Hoogh eigenlijk?

Delft - Pieter zag het levenslicht in Rotterdam alwaar hij hervormd gedoopt werd op 20 december 1629. Hij was van eenvoudige komaf. Vader Heynderick de Hoogh was metselaar en moeder Annetge Pieters was werkzaam als vroedvrouw. Pieter werkte zelf als knecht, kaartafzetter en tekenaar. Maar de wereld zou hem vooral leren kennen als kunstschilder. Hij werkte met olieverf en schilderde onderwerpen als herbergscènes, interieurs, architectuur en portretten. Een portret van een naar schatting 19-jarige jongeman wordt wel beschouwd als zijn zelfportret.

Delftse periode

Pieter de Hoogh was werkzaam in Delft (1652-1657), Rotterdam (1654), Amsterdam (1660-1684), Haarlem en Den Haag (1664). Wat opvalt is dat Pieter, net als veel van zijn collegae, na de ramp van 1654 Delft verlaat. Verschil met zijn collega-schilders is echter dat Pieter Delft niet echt de rug toe keert maar nog jaren in de Prinsenstad blijft werken en wonen. Zijn beginjaren in Delft werkte hij voor lakenhandelaar Justus de la Grange, maar was daarnaast al actief als schilder. De la Grange bezat tien werken van De Hoogh die op een gezamenlijke waarde van slechts 146 gulden werden getaxeerd. Een schijntje vergeleken bij de huidige waarde van zijn werk. Blijkbaar duurde het even voor men in hem een groot kunstschilder zag. De Hoogh was duidelijk nog zoekende en veranderde zijn werk door af te stappen van zijn donkere, sombere interieurs naar zijn kenmerkende en lichtere doorkijkjes. Deze ontwikkeling zette zich door en resulteerde in zijn heldere openluchttafereeltjes. Pieter Hendricksz. de Hoogh vervaardigde zijn beste werken in Delft. Hij trad er in 1655 toe tot het Sint-Lucasgilde. In Haarlem was de Hooch in de leer bij Nicolaes Pietersz. Berchem en in Rotterdam bij Ludolf de Jongh.

Op drie mei 1654 huwde Pieter te Delft met Jannetgen Rochusdr. van der Burch die aan de Binnenwatersloot woonde. Uit dit huwelijk werden (in Delft) twee kinderen geboren Pieter (doop 2-2-1655) en Anna (14-11-1656). Zoon Pieter zou zich, net als zijn vader, ontwikkelen tot kunstschilder. Documenten wijzen op de Hooch's verblijf binnen Delft tot zeker 1657, maar werken van na dat jaar doen vermoeden dat hij langer in deze stad verbleven heeft. Zo zijn enkele Delftse bouwwerken te zien op doeken van na 1657.

Welke personen?

Daarmee komen we bij een verzoek dat mij bereikte onderzoek te verrichten naar de identiteit van enkele personen die afgebeeld staan een doek van de Hoogh. Dit werk werd naar schatting vervaardigd tussen 1657 en 1660. Het ontbreken van een vaststaand jaartal werkte uiteraard intrigerend. Het schilderij was in 1822 in bezit gekomen van de Gemäldegalerie der Akademie der bildenden Künste Wien (Oostenrijk) en aldaar aangeboden als zijnde een werk van de schilder Gerard ter Borch.

Er is sindsdien veel gespeculeerd over de personen op het doek. Steeds weer rijst het vermoeden dat het om drie generaties handelt uit dezelfde familie. Op zich geen vreemde gedachte gezien het verschil in leeftijden. Ook het feit dat men tezamen geportretteerd werd wijst in die richting. Toch mogen we dit, zonder gedegen onderzoek, niet voetstoots aannemen. Maar hoe vind je in relatief korte tijd uit wie er op het doek afgebeeld staan? Het eenvoudigst is te beginnen bij de persoon die het meeste houvast biedt: de zittende man uiterst rechts. Zijn kleding, met name het kalotje, wijst duidelijk op een predikant. Het is dus zaak te zoeken naar beschikbare afbeeldingen van Delftse predikanten uit de periode 1657-1660. Die zijn niet erg dik gezaaid. Al spoedig valt een afbeelding op van Volckerus van Oosterwijck waarvan de gelijkenis treffend is. Van Oosterwijck valt eigenlijk meteen al af als kandidaat wanneer we de juiste locatie trachten vast te stellen. De afstand tot de Nieuwe Kerk bedraagt tenminste 200 meter. De schaduwen op het doek zijn kort waaruit blijkt dat het tijdstip rond het middaguur ligt. Neem daarbij de richting van de schaduw dan blijft een klein gebied in het zuidoosten van Delft als mogelijkheid over. Volckerus van Oosterwijck woonde aan de Oude Delft en dus niet in het vastgestelde gebied. Het zoeken naar predikanten in dat stukje Delft en in de juiste periode leverde niets op, waarmee we weer terug bij af waren. Misschien moesten we op een andere manier naar het doek kijken om tot een oplossing te komen. Dit leverde al snel resultaat, want wat was het geval?

Wordt vervolgd 

Meer berichten