Portret van een Delftse familie (Gemäldegalerie der Akademie der bildende Künste Wenen)
Portret van een Delftse familie (Gemäldegalerie der Akademie der bildende Künste Wenen) (Foto: )

Welke personen staan op het doek?

Door: Jeroen Stolk

Deel 2

Net als veel van zijn collega's speelde ook Pieter de Hoogh met de waarheid. Zo voegde hij met enige regelmaat elementen toe die er in werkelijkheid niet waren. Ook plaatste hij gebouwen, zoals hier de Nieuwe Kerk, op plaatsen waar zij in werkelijkheid niet te zien waren. Voorts werkte hij doorgaans niet op locatie waardoor de schaduwen er random ingeschilderd kunnen zijn.

Delft - Hiermee vervalt niet alleen zuidoost Delft als locatie maar ook het tijdstip rond het middaguur waardoor de heer van Oosterwijck ineens weer volop in beeld komt. De muur achter de predikant zou dan een restant kunnen zijn van het voormalige Sint-Hieronimusklooster en dus niet, zoals gesuggereerd, de stadsmuur.

Jaartal

Om de identiteit van personen vast te kunnen stellen is het van belang het juiste jaartal te weten waarin het doek geschilderd werd. We starten bij de Nieuwe Kerk waar in de klokkentoren het carillon ontbreekt. Het carillon werd in april 1660 geplaatst, het doek is dus vóór die tijd geschilderd. Op het doek staat een rozenstruik vol in bloei. De bloeitijd van rozen is van juni tot augustus. Hiermee vervalt het jaar 1660 als mogelijkheid.

Locatie

Nu hebben we het geluk dat dezelfde locatie door Pieter de Hoogh in het jaar 1658 werd geschilderd vanuit een andere hoek. Dit levert nieuwe perspectieven. Ook hier zien we de rozenstruik, maar wel een stuk kleiner. Hiermee kunnen we 'ons' doek dateren op 1659 want het andere doek werd in 1658 vervaardigd. Ook de these voor de voormalige kloostermuur wordt ondersteund door de hoge bomen. De Tachtigjarige Oorlog eindigde in 1648. Tijdens die oorlog werd bebouwing en begroeiing buiten de stadsmuren verwijderd of gereguleerd. Rond de stadsmuren waren geen bomen geplant maar doornstruiken. Met deze maatregelen maakte men het de Spaanse vijand moeilijker de stad binnen te dringen. Verdere ondersteuning voor een klooster vinden we in de beschildering van de openstaande deur. Die is in zwart wit beschilderd, de kleuren van de stad Delft. Al zeker sinds de Late Middeleeuwen was het gebruik om luiken en deuren van bijvoorbeeld kastelen heraldische kleuren te geven. De kleuren zwart en wit verwijzen naar de kleuren van het stadswapen van Delft. Met de reformatie werden katholieke (onroerende) goederen onteigend. Door luiken en deuren Delftse kleuren te geven kon de Gemeente hier haar claim doen gelden.

Familie van Oosterwijck

Met het jaar 1659 kunnen we ons op de familie van Oosterwijck richten. De predikant huwde laat en stichtte dus laat een gezin. Zijn oudste zoon, Albartus, was net 18 jaar toen het portret geschilderd werd. Ziet de jongste persoon op het doek er uit of hij net achttien is? Het is niet geheel uit te sluiten, maar de overige personen waren beslist niet zijn kinderen. De eerstvolgende zoon was in 1660 slechts 13 jaar oud.

Deel 1 vindt u hier Wiestaatopschilderijdeel1

Deel 3 volgt volgende week.

Meer berichten