Een foto van de Hippolytusbuurt uit de oorlogsjaren.
Een foto van de Hippolytusbuurt uit de oorlogsjaren. (Foto: )

Suikerbiet en tulpenbol op het menu tijdens de oorlog

Winter 1944 - '45: de wereld kreunt en rilt, dreigt te zwichten onder de waanzin van het ruw geweld, dat oorlog heet. Mijn God ik schroom niet om het U te vragen: Waar is die vrede waar het welbehagen? Wij dolen rond in dreigend diepe duisternis. Geef Heer dat, na vele harde plagen, een nieuw en glanzend licht begint te dagen: Het licht dat boven Bethlehems stal geboren is!

Delft - Toen de oorlog op zijn einde liep, wisten wij nog niet wat ons te wachten stond. De geallieerden waren op weg naar Duitsland, maar bij ons lag een catastrofe oor de deur. Een strenge winter vol razzia's, vernielingen, oorlogsgeweld, verraad en honger, deze winter was een van de koudste sinds mensenheugenis. De hongerende bevolking verpauperde, zieken en zwakken hadden het zwaar te verduren, maar het verzet tegen de Duitse bezetter groeide. Die hadden met de foute Nederlanders een niets ontziende wreedheid in gedachten. Maar ondanks de terreur, de dreiging van het concentratiekamp en de voormannen die in het verzet het leven lieten, ging de strijd door. In een vroeg stadium was het duidelijk dat de leden van de Binnenlandse Strijdkrachten, bij ondervoeding, niet in staat zouden zijn zich tegen de bezetter te blijven verweren. (IJskoude gracht): Luisteren naar de Engelsen werd met de dood bestraft als je betrapt werd, je durfde niemand meer te vertrouwen. Landgenoten (!) die met de bezetters heulden, waren er op uit om je aan te geven voor een hap eten en een paar sigaretten. De situatie in Delft werd steeds moeilijker, zelf heb ik tot de laatste oorlogsdag gewerkt bij Calve, gelukkig goed te eten en eten mee naar huis. Licht mocht nergens ontstoken worden, de mensen liepen buiten met een knijpkat, toch zijn er nog mensen verdronken die in het donker in de ijskoude gracht vielen. Stokoud & Nieuwjaar een reiziger gebogen, oud en met een grijzen baard, die wandelt heden voor het laatst, vermoeid rond over dezen aard. Het is een bekende: Het Oudejaar, de grijsaard is moe, een heel jaar lang was hij aanwezig, waar gaat hij nu naar toe? Het is of 't hem werkelijk spijt, dat hij nu afscheid nemen moet. Wees vooral heel goed voor het Nieuwejaar. Groeten Sophia en Henk.

Meer berichten