Denise bij de ingang van het tiny house (foto: Indebuurt.nl/delft)
Denise bij de ingang van het tiny house (foto: Indebuurt.nl/delft) (Foto: )

Denise en Maurice wonen in een tiny house

Delftenaar van de Week

Door: Iris Olsthoorn

Sinds een klein jaartje is er aan de Vulcanusweg iets bijzonders te vinden: een tiny house dorpje. Het heet het Pionierskwartier en er staan veertien zelfgebouwde huisjes. We namen een kijkje bij Denise en Maurice. Want hoe is het om in een tiny house te wonen? De grootste verrassing: er zit een bad (!) in het minuscule badkamertje!

Delft - Het is een regenachtige dag als we op bezoek gaan in het Pionierskwartier, maar toch valt het meteen op hoe groen het is. De huisjes staan verspreid over het terrein, tussen de bloemen, moestuinen en fruitbomen. In september 2019 verschenen de eerste huisjes op het terrein. Inmiddels zijn het er 13 en binnenkort komt er nog één bij. Denise en Maurice verhuisden hun tiny house van 30 vierkante meter afgelopen maart naar dit terrein. “Er moesten twee grote kranen aan te pas komen om het huisje naar deze plek te vervoeren”, vertelt Denise.

Klein dorp

Het veld ligt vlak naast de Schieoevers, waar de gemeente over vijf tot tien jaar wil laten bouwen. Tot die tijd mogen zelfbouwers hier in hun tiny house wonen. “Het is echt net een dorpje hier, hartstikke gezellig. We helpen elkaar bijvoorbeeld met huisdieren eten geven en planten water geven als iemand weg is. En we lenen elkaars spullen. Ik heb bijvoorbeeld een tandem gekocht, maar alleen omdat ik het leuk vind dat de rest hem dan ook kan gebruiken. Voor veel bewoners was het dorpse sfeertje ook een reden om hier te komen wonen.”

Alles zelfgebouwd

Maurice en Denise hebben hun huisje helemaal zelf gebouwd. “We hebben er ongeveer een jaar over gedaan. Het frame kwam van een oude kantoorunit en bestond uit een dak, vloer en twee zijkanten”, vervolgt Denise. “We hebben het niet van tevoren ontworpen, maar zijn gewoon begonnen. Zo veel mogelijk in dit huisje in tweedehands, van de houten platen tot de steenwol en kozijnen aan toe. Daarom waren we best afhankelijk van de materialen die we hadden. Ook moesten we om installaties heen bouwen. Maar hierdoor is het geen standaard huisje geworden, het is echt persoonlijk.”

‘Ik ben het meest trots op de badkamer mét bad’

Hoewel het huisje maar dertig vierkante meter telt, ziet het er toch verrassend ruim uit. Er zitten grote ramen in, tegen de muren zit leem en er is veel gebruik gemaakt van licht en donker hout. “Ik ben vooral trots op de badkamer. Die voelt wel het meeste af en het meeste gestyled”, zegt Denise.

De grootste verrassing: er zit een bad (!) in het minuscule badkamertje. Ook de kosten van het huisje zijn verrassend. “Het heeft ons tot nu toe €25.000,- gekost. Maar het huis is natuurlijk nooit echt af”, lacht Denise. “We hebben bijvoorbeeld nog geen zonnepanelen, dat kost ook nog een duit geld. We kunnen hier vijf tot tien jaar wonen en daarna kunnen we dit huis eventueel op een ander stuk neerzetten. Alles bij elkaar is het zeker een relatief goedkope woning, als je het vergelijkt met reguliere huizen. We betalen huur voor de grond, maar die is ook vrij laag.”

Handige snufjes

Denise woonde eerder in Wageningen op ecodorp PPauw, waar zij Maurice leerde kennen. De gebouwen die daar stonden, hebben het stel geïnspireerd: “Maurice wilde sowieso graag zijn eigen huis bouwen. Ik ken Delft al goed, dus toen dit op ons pad kwam was dat eigenlijk ideaal. Op PPauw stonden bijvoorbeeld gebouwen met een ‘passief design’. Dat betekent dat ze goed geïsoleerd zijn en voor verwarming gebruik maken van de zon en eigenschappen van bepaalde materialen. Dat hebben we hier ook toegepast. Zo hebben we alleen maar ramen op het zuiden met driedubbel glas. De noordmuur, waar de zon op valt, is donker geverfd zodat warmte goed wordt opgenomen. Ook hebben we een zwarte vloer voor datzelfde effect. Verder hebben we alles heel dik geïsoleerd en zit er leem op de muren.” In tegenstelling tot sommige andere tiny houses, is het huis van Denise en Maurice al snel aangenaam warm: “We hebben sinds maart de verwarming al niet meer aan gehad.”

Het tiny house is door alle isolatie en slimme materialen nogal zwaar geworden. “De eerste tiny houses werden vaak op wielen gebouwd, waardoor je je huis vrij licht moet houden. Ons huis weegt twaalfduizend kilo en heeft – je raadt het al – daarom geen wielen. Gelukkig kunnen wij hier de komende jaren gewoon nog blijven staan.”

Dit artikel komt van indebuurt.nl/delft. Meer inspirerende verhalen over Delft lezen? Ga dan naar de site.

Meer berichten