<p>De Raam toen het nog een gracht was.&nbsp;</p>

De Raam toen het nog een gracht was. 

(Foto:)

Reizen in ons land was destijds een verschrikking

  Nieuwsflits

Terug in de Tijd met Henk van der Beek

Wanneer men moest naar een plaats waar de trekschuit niet kwam en vooral wanneer men haast had. Een reis van Bergen op Zoom naar Middelburg duurde negen uur wanneer men geluk had met aansluitingen van trekschuit op postkar, veerpont en diligence.

Maar bijna niemand, die zich daar druk over maakte, het zou de vredige rust maar verstoren. In de steden waar in de volksbuurten, kippen, geiten, schapen en konijnen nog vrij rond liepen, thuis, waar men liefst bleef, bij speeldoos en koffiepot. Achter de gordijntjes naar alles en iedereen gluurde. Ruim de helft van onze bevolking leefde van de landbouw en had daarin een armoedig bestaan. Maar nog erger hadden de duizenden het, die in leven werden gehouden door diaconie of ondersteuning. Hun aantal steeg met de jaren, in Haarlem waren in 1845 van de 25.381 inwoners 5431 bedeelden. En dan stonden in de stad nog wel drie grote fabrieken, waarin duizenden, meest arme mensen werkten. De afscheiding van België beroofde ons van de weinige industrie en maakte ons nog armer dan wij na de Franse overheersing reeds waren. Op de wereldtentoonstelling in het Crystal Palace in Londen in 1851 kwam ons land het slechtst voor de dag en bleek de achterstand overduidelijk. Treurig was in één woord de aanblik van de Nederlandse afdeling: Er was iets doods, iets naakts in de ruimte aan Nederland afgestaan. Op de burgerstand drukte het verval van de welvaart zwaar, men ging steeds zuiniger leven, investeerde zijn geld beslist niet in ‘avontuurlijke nieuwigheden’, zoals de spoorwegen, maar kocht liever veilige ‘Staatsschuld’. Dacht alleen aan zich aan zichzelf en zijn gezin, bleef veel thuis, maar luisterde graag naar romantische avonturen, die in duels eindigden. Men benadrukte het in brieven, in gesprekken en bezoeken en in verhoudingen tussen verloofden, terwijl die het al moeilijk genoeg hadden: Want moeilijk hadden verliefden het, de Bettekes, Wimmekoo’s, Klaartjes, Miesjes en Jetjes werden groot in het ouderlijk huis. Het burgermeisje ging met neergeslagen ogen en onwetend, het huwelijk in, vol idealen en preuts tot in het gebeente. De bruid wist dat zij de mindere van de man was.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden