Louis toverde zijn tabaks zaak om tot museum


<p>De redactie heeft &nbsp;een verrassing voor Louis meegenomen: een vaandel van het mannenzangkoor Excelsior, een club die door sigarenfabrikant Hillen was opgericht (foto: Indebuurt.nl/delft)</p>

De redactie heeft  een verrassing voor Louis meegenomen: een vaandel van het mannenzangkoor Excelsior, een club die door sigarenfabrikant Hillen was opgericht (foto: Indebuurt.nl/delft)

(Foto: Indebuurt.nl/delft)

Louis toverde zijn tabaks zaak om tot museum

  Nieuwsflits


Niet veel mensen weten dat Delft een eigen tabaksmuseum heeft. Delftenaar Louis Bracco Gartner heeft in zijn museum aan de Van de Bossestraat een prachtige collectie tabak, pijpjes en sigaretten? In de loop van jaren is er een enorme collectie opgebouwd. “Het begon met een emmer pijpen die gevonden werden bij opgravingen op de plek waar Theater de Veste zou verrijzen," vertelt Bracco Gartner.

Delft - Zestien jaar geleden werd Louis’ Tabaks Historisch Museum Delft door burgemeester Bas Verkerk geopend. Inmiddels is hij de tabakspecialist van Nederland. Wanneer er een historische film wordt gemaakt waarin gerookt wordt, wordt Louis geraadpleegd. Dat gebeurde bij films als ‘Soldaat van Oranje’ en ‘Zwartboek’, maar ook voor de TV serie Baantjer wilde men weten of de rookrequisieten klopten met het tijdsbeeld.

’t Mannetje

Louis werd in 1943 in Vlaardingen geboren, maar ontmoette als 24-jarige de Delftse Reina. “We leerden elkaar kennen via het wedstrijdzwemmen. Zij had CIOS gedaan en was mijn coach. We werden verliefd, gingen trouwen. Haar ouders hadden sigarenwinkel ‘t Mannetje in de Van Bossestraat, dichtbij de Hof van Delftlaan.” Louis ging in de winkel van zijn schoonouders werken en combineerde dat met het organiseren van sportwedstrijden: “Ik was een druk baasje, organiseerde langebaan zwemwedstrijden, de Droomtijdloop en was waterpolo-scheidsrechter.”

In 2004 stopte hij met de winkel en maakte er een museum van: het Tabaks Historisch Museum Delft. “Het begon met een emmer pijpen, die gevonden waren bij opgravingen op de plek waar Theater de Veste zou verrijzen. Die kleipijpen kreeg ik van de stadsarcheoloog. Toen ben ik me gaan verdiepen en heb ik me ontwikkeld tot ‘pijpoloog’. Dat betekent dat ik door de stadsarcheoloog wordt ingehuurd om een opgegraven pijp te determineren. Als dat bijvoorbeeld rond 1650 is, is dat een eerste indicatie van wat er gevonden zal worden.”

Van snuifdoos tot rokersstoel

De collectie van Louis beslaat zo’n 12.000 pijpen, kwispedoors, snuifdozen, reclamemateriaal en 1.000 sigarettenpakje. Ook bezit hij zo’n 1.000 boeken, die over tabak gaan. Het meeste trots is hij op een pijprokersstoel uit 1890, een prachtig beklede stoel met een houten bak aan de zitting waarin een pijp met lange steel en en Virginia-tabak werd bewaard.

Natuurlijk zijn we nieuwsgierig of Louis zelf rookt: “Heel af en toe een sigaar of een pijpje. Met mate dus. Ik vind het leuk om de tabak voor mijn pijp zelf samen te stellen. Dat luistert nauw.”

Delft als tabaksstad

Louis loopt naar een vitrine waar allerlei Delftse objecten liggen uitgestald: “Delft was een echte tabaksstad. Er waren hier 15 tot 20 fabrieken. Rond 1890 was de tabaksindustrie zelfs de grootste werkgever in Delft. Hillen was de bekendste fabriek, begonnen in de Peperstraat in 1770 en begin twintigste eeuw verhuisd naar de Engelse straat, de plek waar Braat zat. Er werkten in de hoogtijdagen zo’n 750 mannen, tabaksmakers. Die werkten met zijn allen in een grote zaal. Terwijl ze sigaren maakten, werd er voor hen voorgelezen uit de bijbel of de krant, maar ze gingen ook met elkaar zingen. Directeur Hioolen richtte in 1907 Excelsior op, een sigarenmakerskoor. Wanneer de directeur jarig was ging dat koor naar zijn huis op de Oude Delft 172 en bracht hem een aubade.” Natuurlijk weet Louis hoe Hillen’s sigarenfabriek ten onder ging: “Er was geïnvesteerd in moderne machines uit de Verenigde Staten, maar ze wisten niet goed hoe ze die moesten bedienen. Hierdoor trokken de sigaren niet meer zo goed als daarvoor. Hillen kreeg een slechte reputatie en bovendien werd de markt overspoeld met goedkope Duitse sigaren. In 1938 ging Hillen failliet. Het bedrijf heeft wel 168 jaar bestaan.”

Het museum

Het aantal bezoekers dat jaarlijks een kijkje neemt in het museum wisselt soms flink. "Het zijn vooral mannen die geïnteresseerd zijn. Soms zijn het groepen die een uitje hebben gepland: de mannen komen naar mijn museum, terwijl hun echtgenotes ergens in de binnenstad aan de high tea zitten.”

Het museum in de Van Bossestraat 4 is op afspraak te bezoeken.

Dit artikel komt van indebuurt.nl/delft. Meer inspirerende verhalen over Delft lezen? Ga dan naar de site.

"Delft was een echte tabaksstad"

Jan van der Mast

Indebuurt.nl/delft

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden