<p>Mario Hummeling voor de ingang van zijn school (foto: Gitta Fleuren)</p>

Mario Hummeling voor de ingang van zijn school (foto: Gitta Fleuren)

(Foto: Gitta Fleuren)

De middelbare school in coronatijd

  Nieuwsflits

Maandag 1 maart mocht het voortgezet onderwijs weer open voor alle klassen. Het is een grote logistieke operatie waar elke Delftse school een eigen invulling aan geeft. Het Stanislas college opent vandaag de deuren, het Delfland College en het Christelijk Lyceum Delft op 8 maart.

Door Gitta Fleuren

Delft - Mario Hummeling is naast docent wiskunde op het CLD ook mentor van een brugklas. Hij geeft een inkijkje in het leven van een docent in coronatijd.

“Tijdens de lockdown was het vooral een uitdaging om andere manieren te vinden om kennis over te brengen. Ik heb extra materiaal gemaakt om te kunnen monitoren. Dat gaat in een digitale leeromgeving zelfs beter dan in de klas in schriftjes kijken. Ik kan nu precies zien waar leerlingen in kennis haperen en weet dan: oh, daar moet ik nog aandacht aan besteden.”

Gamen

“Aan de andere kant; de lichaamstaal ontbreekt. Op je scherm zie je niet of je stof binnenkomt of niet. En niet elke leerling kan even goed zelfstandig thuis werken. Laatst zag ik een leerling de hele tijd van kleur verschieten, rood, geel, groen... die zat tijdens de les te gamen. Het was een brugklasser, die zijn nog niet zo geslepen, dus het viel op”.

Maatregelen

Het CLD opent met de helft van de klassen. Groep A heeft in de ochtend les, groep B in de middag. De week erna is het omgekeerd. “Daarbij: als de ene helft op school is, kijkt de andere helft mee. De leerlingen zijn verdeeld in bubbels van twee; elke les zitten ze naast dezelfde persoon en 1,5 meter verder zit een ander tweetal. Als docent heb je een vak waar je niet uit mag. Daar worden nog weleens grappen over gemaakt. ‘Meneer, je stapt uit je vak’. Je kunt ook kiezen voor een spatscherm maar ik ben er geen fan van. Als ik vond dat ik hard sprak, hoorden de leerlingen me toch niet.”

Complot

“In de gangen moet iedereen een mondkapje op. Daar ben ik heel streng op. Bij sommige leerlingen is dat nodig. Die krijgen vanuit thuis mee dat dat niet zo nodig hoeft. Er zijn ouders die denken dat corona een complot is. dat heeft ook zijn weerslag op kinderen.

Wat ik probeer bij te brengen is: zolang iedereen zijn best doet gaat het goed komen. Het hoge aantal besmettingen komt door de mensen die niet meedoen”.

Blije gezichten

In de eerste lessen verwacht Hummeling dat er niet veel van werken gaat komen. “Ze willen nu vooral met elkaar praten. Ik denk wel dat we blije gezichten gaan aantreffen”.

Aan leerlinge Senne de Jonge gaat het niet liggen. Ze zit in de mentorbrugklas van Hummeling. “Ik heb zin om mijn vriendinnen te zien en verheug me op gymmen. Ik probeer me wel aan de regels op school te gaan houden maar het lastigst wordt het om in de gangen 1.5 meter afstand te houden, denk ik.”

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden